Oogst 17/11/1999
Oogst 17/11/1999 pagina 5 (commentaar)'Plattelandsvernieuwing uit beeld in Den Haag
Het valt op dat vorige week bij de behandeling van de landbouwbegroting het woord plattelandsvernieuwing niet is genoemd. De liefdesbaby van Jozias van Aartsen, geconcipieerd toen hij de LNV-burcht aan het Haagse Bezuidenhout bestierde, is niet meer. De liberale minister verwachtte van plattelandsvernieuwing zoveel impulsen voor het agrarisch ondernemerschap, dat die de bezuinigingen in het Europese markt- en prijsbeleid zouden compenseren. Het werd gepresenteerd als een wondermiddel voor alle kwalen. Helaas, de Haagse geldkraan ging niet voluit open en menig kansrijk initiatief vanuit de basis stikte onder de deken van goede bedoelingen en door gebrek aan financiële lucht. En de democraat Brinkhorst heeft de plattelandsvernieuwing opgewekt ten grave gedragen; hij heeft andere prioriteiten, zoals ‘groen’ en ‘voedselveiligheid’. Hij is de man die de varkensflats wel ziet zitten, met daarbovenop tuinbouwkassen… Toch is het door Van Aartsen ingezette beleid niet zonder succes. Het heeft ertoe bijgedragen dat overal in den lande boeren en tuinders, en niet te vergeten hun partners, initiatieven hebben genomen om naar andere inkomstenbronnen voor hun bedrijf te zoeken. Was het niet zo dat de ondernemer die aan natuurbeheer deed of een paar kampeerders op zijn erf uitnodigde, niet helemaal voor vol werd aangezien? Dat is nu veranderd, vooral sinds de Wageningse hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg optimistisch becijferde dat verbreding van de bedrijven de agrarische sector miljoenen guldens kon opleveren. Bovendien kregen de pioniers waardering uit de samenleving voor hun activiteiten op het vlak van natuur- en landschapsbeheer, voor het maken van streekproducten, voor het opzetten van zorgboerderijen en zo verder. Zij hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de verbetering van het agrarische imago bij het grote publiek. In het omslag verhaal deze week komt de geestdrift van mensen die de uitdaging van vernieuwing en verbreding van hun bedrijven hebben opgepakt, duidelijk naar voren. Helaas blijkt ook dat er nog zoveel meer had kunnen gebeuren als het geld op de goede plaats was terechtgekomen. Een oud-LNV-ambtenaar concludeert dat er een circuit is ontstaan van projectontwikkelaars, adviseurs en andere handige jongens, die precies weten waar het geld zit'. Dit betekent dat de agrarische ondernemers pas als laatste bij de ruif terechtkunnen, waar andere zich dan al aan tegoed hebben gedaan. Kijk, die misstand hadden de Haagse politici vorige week aan de orde moeten stellen. Vorige maand was het feest op het ministerie van Landbouw vanwege het binnenhalen van een Brusselse subsidiepost van jaarlijks 124 miljoen gulden gedurende zes jaar voor plattelandsontwikkeling. Waaraan gaat dat geld besteed worden? Hoofdzakelijk aan grondverwerving, natuur, milieu en waterhuishouding. Te vrezen valt dat de boeren en tuinders met ontwikkelingsplannen daar weinig profijt van zullen trekken. De Brusselse vleespotten bieden Den Haag de mogelijkheid om de claims op landbouwgronden voor natuur- en waterbeheer en dergelijke te helpen financieren. Daarmee zijn de ondernemers niet gediend die de basis onder hun bedrijf willen verbreden, noch de ondernemers die zich willen toeleggen op duurzame, efficiënte productie. Zij krijgen te maken met nog schaarser aanbod van grond en navenant oplopende grondprijzen. Dat heeft weinig meer te maken met plattelandvernieuwing, dat toch ook gespecialiseerde bedrijven kansen op een goed bestaan zou moeten bieden. Bartele Bokma adj.-hoofdredacteur