| home | NEDERLANDS | english | espaňol | português | italiano | |
Home · THE NEW PEASANTRIES · recensies

De boer is terug (NRC 2008)

Landbouwsocioloog Jan Douwe van der Ploeg volgt al dertig jaar de lotgevallen van de boerenstand, van Friesland tot Peru. Hij vindt dat de wereldvoedselvoorziening meer gebaat is bij boeren dan bij multinationals.

Door
DIRK VLASBLOM
NRC Handelsblad 20 DECEMBER 2008

Op de schouw van het witte huis in Wageningen staat een foto van een oudere man met pet. Een stugge, sterke kop. “Dat is grootvader”, zegt Jan Douwe van der Ploeg, als hij het bezoek ziet kijken. “Ik ben geboren in Akkerwoude, een dorp in de noordelijke Friese Wouden. Opa had er een gemengd bedrijf: groenten en zeven, acht koeien. Hij werkte jaren als seizoenarbeider, en op die tochten kwam hij mijn grootmoeder tegen. Ze hadden zeven jaar verkering; de tijd die nodig was om een varken en een koe te kunnen kopen. Ik herinner me nog goed dat ik terugkwam uit Peru, waar ik twee jaar onderzoek had gedaan. Eén van de eerste dingen die hij vroeg was wat daar de deihier was. Dat is Fries voor het dagloon van een landarbeider.”

Van der Ploeg wil niet de indruk wekken dat zijn visie op de landbouw is gekleurd door nostalgie. Toch tekent de anekdote zijn manier van kijken. Voor hem leven boeren in Europa en in ontwikkelingslanden niet in gescheiden werelden. Hij combineert plattelandssociologie en ontwikkelingssociologie en deed onderzoek in Peru, Colombia, Guinee Bissau en Italië. Sinds 1992 is hij hoogleraar rurale sociologie aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen.
Dit najaar verscheen zijn boek The New Peasantries. Daarin bestrijdt hij dat de boer als economisch personage gedoemd is te verdwijnen, zoals moderniseringstheoretici de afgelopen halve eeuw hebben geprofeteerd. Die modernisering, schrijft hij, is uitgemond in mondiale megabedrijven die de wereld afstruinen op goedkope grondstoffen, die de voedselketens controleren, van zaaigoed tot panklaar product, en meer problemen maken dan oplossen. De boerenstand sterft niet uit, zegt Van der Ploeg, maar groeit in omvang en kan een belangrijke rol spelen bij de oplossing van mondiale vraagstukken als voedselschaarste, armoede en aantasting van het milieu.

MANIEREN
Maar wie is nu eigenlijk boer? Landbouw wordt in de wereld op heel verschillende manieren bedreven. Veertig jaar geleden maakte de Amerikaanse antropoloog Eric Wolf (1923-1999) onderscheid tussen peasants en farmers. Peasants, zei hij, zijn boeren die in de eerste plaats produceren voor de eigen familie. Zij brengen maar een deel van de opbrengst naar de markt, om die dingen te kunnen kopen waarin zij zelf niet voorzien. Ze houden de markt op afstand, want als ze zich daar helemaal op zouden richten, zou dit hun autonomie, hun controle over hulpbronnen, bedreigen. Farmers, schreef Wolf, zijn anders. Dat zijn ondernemers die alleen voor de markt produceren en, met het oog op maximaal rendement, een alternatief gebruik van grond en kapitaal niet schuwen. De farmer zit niet vast aan landbouw, de peasant wel.

“Die tweedeling”, zegt Van der Ploeg, “is nog springlevend, maar vraagt om amendering. Wat Wolf de ‘farmer’ noemde, naar het Amerikaanse ideaalbeeld, wordt sinds de grote moderniseringsgolf van de afgelopen decennia aangeduid als ‘agrarische entrepreneur’ en het bedrijfstype als ‘ondernemerslandbouw’. In de tijd van Eric Wolf dacht men dat die de boerenlandbouw zou verdringen en dat de boer als personage zou verdwijnen. Nu blijkt dat hij absoluut niet verdwenen is; er zijn er meer dan ooit. En dat noopt tot herdefiniëring.

“Peasants produceren wel degelijk voor de markt; en het begrip zelfvoorziening moet worden opgerekt. Dat gaat niet alleen over het voeden van jezelf en je familie, maar ook over het in stand houden van je bedrijf. Neem mest. Die kun je kopen, maar ook zelf produceren. Zaai- en pootgoed kun je aankopen, maar ook zelf vermeerderen. Je kunt bij de bank lenen om vee aan te schaffen, maar je kunt de veestapel ook geleidelijk opbouwen en verbeteren. Het boerenbestaan komt neer op een hardnekkige strijd om autonomie in een omgeving die dat niet gemakkelijk maakt. Door het opbouwen van eigen hulpbronnen, zoals grond, een veestapel en een groentetuin, wordt een boer steeds productiever. Juist deze strijd voor autonomie maakt van de boerenstand een waarborg voor de voedselvoorziening. Als de prijzen dalen, kan een landbouwondernemer stoppen, zijn kapitaal onttrekken aan de landbouw en elders investeren. Die deactivering is overal zichtbaar. Dat dit een gevaar is voor de wereldvoedselvoorziening moge duidelijk zijn.”
Download gehele artikel in PDF hier

NIEUW
Publikaties kunnen besteld worden
(indien voorradig) bij:
De Leeuwenborch
kamer 313
Hollandseweg 1
6706 KN Wageningen
tel: 0317 - 48 45 07
fax: 0317 - 48 54 75

Jan Douwe van der Ploeg
Professor of Transition Processes in Europe
Wageningen University
the Netherlands and Adjunct Professor of Rural Sociology
College of Humanities and Development Studies
China Agricultural University, Beijing, China.
e-mail: klik hier