| home | NEDERLANDS | english | espaňol | português | italiano | |
Home · VIRTUELE BOER · landelijke pers · Nederlands Dagblad

Nederlands Dagblad

Nederlands Dagblad zaterdag 11 dec 1999 pag 17

De multi-boer rukt op, door Tjirk van der Ziel

De Nederlandse boer is geen rasechte boer meer. Steeds meer agrariërs ontplooien naast hun vee- of akkerbouwbedrijf allerlei activiteiten om zo hun inkomen op peil te houden. Al meer dan de helft heeft een kampeerterreintje of een paar gastverblijven, maakt zelf zuivelproducten of verbouwt nieuwe varianten, regelt zelf de verkoop aan consumenten in de regio, begeleidt gehandicapten op een zorgboerderij, of heeft gewoon elders een deeltijdbaan. De kleine, multifunctionele boer of tuinder strijdt met succes tegen de huidige trend van grootschaligheid. Maar de donkere wolken boven de agrarische sector zijn daarmee niet verdwenen
.


Hotel de Boerenkamer op de boerderij en kaasmakerij De Jacobshoeve in Katwoude, waar gasten in luxe 'hotel' kamers het boerenleven van dichtbij kunnen meemaken. Op de foto gastheer en vrouw Bart en Sylvia, die de ontvangst van toeristen voor hun rekening nemen.

"Wie heeft er belang bij bedrijven met bijvoorbeeld 30.000 vleesvarkens, 125.000 legkippen, 800 melkkoeien, 15 hectare paprika's of 18 hectare rozen? Naar mijn overtuiging alleen de ondernemer. Deze heeft slechts een doel: geldelijk gewin. Aan wat hij in de maatschappij teweegbrengt, heeft hij lak. Dat zijn kleinere collega's mede door zijn toedoen het loodje leggen, deert hem niet."

Oogst, het weekblad van de agrarische ondernemer en lijfblad van de land- en tuinbouworganisatie LTO-Nederland, is het roerend eens met hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg. Deze schrijft in zijn recent verschenen boek De virtuele boer dat het beleid van grootschaligheid faliekant verkeerd is. Zowel kennisinstellingen als het ministerie van landbouw moeten het ontgelden: dit beleid houdt geen rekening met de kleine boer. Zelfs directeur D. Duijzer van LTO-Nederland omarmt de megabedrijven van "ondernemers, ontsnapt uit de cocon van het gezinsbedrijf". Oogst-commentator Herman van den Hengel beschouwt de uitlating van 'zijn' directeur als een klap in het gezicht van mensen die door hard werken "op een eerlijke manier de kost proberen te verdienen". Volgens hem zijn boeren, tuinders en hun partners met gezinsbedrijf niet alleen voor geld in de weer. "Zij helpen elkaar, hebben veel voor elkaar over en als zodanig ook voor de samenleving in hun buurt, dorp en land. Zij voelen zich verbonden met land en vee, met Gods schepping. Hun kinderen groeien er spelenderwijs mee op, krijgen dat mee en worden flinke kerels en vrouwen waar onze maatschappij wat aan heeft."

Binnen LTO-Nederland wordt verschillend over grootschaligheid gedacht. Waar praat Duijzer over megabedrijven, zijn elders in de organisatie projecten opgestart die moeten aantonen dat kleine ondernemers wel degelijk een toekomst hebben. Als ze zich maar kunnen onderscheiden.

trostomaten
Tuinder Nico Stijger uit Honselersdijk begon zeven jaar geleden met rode, gele en oranje trostomaten voor een exclusieve markt. Kwaliteit en dienstverlening staan bij hem bovenaan. Met zeventien verschillende soorten verpakkingen probeert hij de klant aan zich te binden. Het levert hem een goede boterham op. Op uitbreiding zit Steiger niet te wachten. "ik moet de vier hoeken van mijn kas kunnen zien. Dan voel ik mij pas gelukkig. We moeten elkaar niet steeds die grootschaligheid aanpraten. Hoeveel zijn daarmee succesvol? Drie op de honderd? En al die andere dan? Dit voorjaar kreeg ik soms het gevoel dat je er niet meer bij hoort als je geen plannen om je buurman erbij te kopen." Bij veiling The Greenery kreeg hij tot nu toe geen voet aan de grond. "Ze zijn daar te veel bezig met bulkproducten, en hebben geen verstand van bijzondere gewassen in kleine partijen. Ik heb me daarom per 31 december laten uitschrijven. Ik vind mijn klanten zelf wel." De beeldvorming rond grote agrariërs klopt echter van geen kanten, reageert LTO-voorzitter Gerard Doornbos. Afgelopen jaar nam de Tweede Kamer een motie van het CDA aan, waarin het kabinet werd opgeroepen megabedrijven als "maatschappelijk ongewenst" te beschouwen. "We hebben toen samen met het ministerie een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren. Dat rapport is vorige maand verschenen. Daaruit blijkt dat grote bedrijven helemaal niet 'meer van hetzelfde' doen, maar zich ook bezighouden met nieuwe producten en zelfs met natuurbeheer. Het zijn gewoon de beste agrarische ondernemers die kansen ruiken én pakken. Vandaar dat Duijzer het had over 'eerherstel'."

Trends
Verdieping ( betere producten ) en verbreding (andere activiteiten naast het boeren ) lijken de weg tot overleven. Wie met de handen over elkaar blijft zitten, loopt het risico op termijn de deur van kas of stal te moeten sluiten, zeggen mensen 'in het veld'. De beste kans hebben de boeren die aansluiten bij trends in de maatschappij. Nu de Nederlander dagelijks zijn bord rijkelijk gevuld ziet, groeit zijn bezorgdheid over de manier van produceren.

Zaken als milieu, natuurbehoud, welzijn van dieren en veiligheid van voedsel zijn de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Vorige maand concludeerde de Limburgse Land- en Tuinbouwbond in een toekomstvisie, dat de leden de bedrijfsvoering moeten aanpassen. Anders ontstaat er een kloof met de rest van de samenleving. Voorzitter K. Koolen sprak van een crisis in de landbouw, omdat boeren en tuinders voorbijgaan aan de milieuwensen van de burger. Deze wil nu eenmaal garanties over de herkomst en totstandkoming van bijvoorbeeld vlees en melk. We leven ,,in een turbulent veranderende maatschappij met eigenzinnige consumenten''.

Succesvol
Stichting Hotel de Boerenkamer in Noord-Holland is zo'n succesvol initiatief. Deze organisatie speelt in op de groeiende behoefte aan overnachtingen op het platteland. Door op de boerderij luxe kamers te verhuren, kunnen boeren een tweede inkomen verwerven. Henri en Riet Willig zagen op hun bedrijf goede mogelijkheden en richtten drie jaar geleden vier gastenverblijven in. ,,Het loopt prima'', vertelt Riet. ,,Gasten kunnen hier het boerenleven van dichtbij meemaken. Wij hebben vijfhonderd schapen en geiten en maken al 25 jaar zelf kaas''. Bart en Sylvia, beide werkzaam in de kaaswinkel, nemen als gastheer en -vrouw de ontvangst van toeristen voor hun rekening. Tot nu toe heeft de stichting bijna twintig 'hotelkamers' tot stand gebracht. Promotie en administratie worden centraal geregeld. De boer draagt daarvoor 25 procent van de kameropbrengsten af, en heeft er verder geen omkijken naar. Riet: ..Maar het valt niet mee andere boeren over de streep te trekken, want je levert vaak toch wat privacy in. We krijgen nogal eens boeren die hier komen kijken hoe wij het hebben gedaan. Daaruit blijkt dat er wel belangstellig is''.Jan en Maaike Huijgen gooien het over een andere boeg. Zij beheren sinds september in Bunschoten een demobedrijf voor plattelandsvernieuwing de Eemlandhoeve. Jan: ,,Eigenlijk kun je spreken van een communicatieboerderij, omdat wij met burgers in discussie willen gaan over de ontwikkelingen op het platteland''. In de grote vergaderzaal op de hoeve strijken een aantal keren per week groepen neer die uitleg krijgen over de boerderij met ruim 30 koeien. Een natuurroute leidt naar een bijenstal en een aantal subtropische fruitbomen. ,We krijgen hier schoolklassen op bezoek, maar ook steeds meer beleidsmakers van het ministerie van het landbouw, provincies, gemeenten, waterschappen en adviesbureaus. Allemaal mensen die iets te maken hebben met de groene ruimte''.

Natuurbeheer
Een ander voorbeeld van verbreding is agrarisch natuurbeheer. Steeds meer boeren hebben een overeenkomst met de provinciale of landelijke overheid gesloten, om op hun grondgebied tegen vergoeding de natuur te onderhouden. Toch heeft deze ontwikkeling heel wat voeten in de aarde gehad. Nog maar vijf jaar geleden liepen boeren in de Alblasserwaard en Vijfherenlanden tegen een boete op, wanneer zij zich met de natuur bezighielden. Dat moest anders, dacht een toen pas opgerichte vereniging voor agrarisch natuur- en landschapbeheer, De Haneker: geen straf- maar beloningsysteem. De overheid hapte toe en maakte er en landelijk proefproject van. Het werd een groot succes. Van de vijfhonderd boeren in dit gebied, zijn inmiddels driehonderd lid van de vereniging. Vico-voorzitter Frits Kool: ,,Dit project werkt met premies. Stel dat een boer een houtwal op zijn terrein heeft. In plaats van omwalsen, houdt hij de wal intact en pakt zelfs af en toe zijn snoeimes. Dat belemmert hem wel een beetje in de bedrijfsvoering; daarom krijgt hij er een bepaalde vergoeding voor."

Zo krijgt de boer ook geld voor het aantal weidevogels dat op zijn land nestelt: 25 gulden voor een kieviet, 250 gulden voor een grutto en 350 gulden voor een watersnip. Zijn de slootkanten bijzonder rijk aan plantsoorten, dan staat daar maximaal een gulden per strekkende meter tegenover. Ook een zelf gegraven poel voor padden kan een aardige grijpstuiver opleveren. Zo'n tachtig boeren verdienen tevens een extra inkomen met agrotoerisme, zoals minicampings, kanoverhuur en 'boer-en-brood' vergelijkbaar met 'bed-and-breakfast'. Gisteren hield De Haneker een lustrumfeest met een symposium waar ook Jan Douwe van der Ploeg aanwezig was.

Onzeker
Ondanks al deze initiatieven blijft de toekomst voor de agrarische sector onzeker. Op de topbijeenkomst van de Wereldhandelorganisatie WTO, vorige week in Seattle, botsten twee verschillende visies op landbouw. In de Verenigde Staten zijn boerenbedrijven doorgaans veel groter. Bovendien hebben die minder te maken met consumenteneisen op het gebied van milieu en voedselveiligheid. De Europese Unie daarentegen kent van oudsher een veel gevarieerder platteland met relatief veel kleine bedrijven. Brussel wil voorkomen dat bij verdergaande liberalisering die bedrijven het loodje leggen en dat het platteland vervolgens leegloopt. Landbouw is meer dan alleen maar productie van voedsel. Vandaar dat Europees landbouwcommissaris Fischler hardnekkig vasthoudt aan inkomenssteun aan agrariërs. Daartoe omarmt hij de multifunctionele landbouw, zodat kleine boeren goede kansen behouden en het platteland leefbaar blijft. Het is de vraag of deze opzet kans van slagen heeft. Uit een promotiestudie aan de Wageningen Universiteit, drie weken geleden, kan worden opgemaakt dat het Europese landbouwareaal zal halveren, welke beslissingen politici ook nemen. Het onderzoek is van dr. Henk van Latesteijn, adjunct-secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsgebied. Hij onderscheidt voor de Europese landbouw vijf scenario's, die aangeven wat de consequenties zijn van de politieke keuzes. Als natuurbewegingen het voor het zeggen krijgen, zal het huidige areaal van 127 miljoen hectare afnemen naar slechts 26 miljoen. Liberalisering leidt tot een vermindering van 42 miljoen. Krijgen de boeren voorrang, zoals Brussel op dit moment voorstaan, dan zal op lange termijn toch maar 76 miljoen hectare overblijven. Komende dinsdag houdt de westelijke afdeling van LTO en de RAI een jaarcongres over het agrarisch ondernemen in Europa na 2000. Voorzitter Jan de Groot voorziet een verdere teruggang van het aantal boeren en tuinders. Het landbouwareaal zal eveneens verminderen, maar niet zo sterk als van Latesteijn verondersteld. Maar dan moet ,,de agrariër nieuwe rollen op zich nemen in de vernieuwing van het platteland, zoals het natuurbeheer. Verbreding heeft de toekomst.''

NIEUW
Publikaties kunnen besteld worden
(indien voorradig) bij:
De Leeuwenborch
kamer 313
Hollandseweg 1
6706 KN Wageningen
tel: 0317 - 48 45 07
fax: 0317 - 48 54 75

Jan Douwe van der Ploeg
Professor of Transition Processes in Europe
Wageningen University
the Netherlands and Adjunct Professor of Rural Sociology
College of Humanities and Development Studies
China Agricultural University, Beijing, China.
e-mail: klik hier