| home | NEDERLANDS | english | espaňol | português | italiano | |
Home · VIRTUELE BOER · landelijke pers · prov-zeeuwse courant 27 nov 1999

prov-zeeuwse courant 27 nov 1999

prov-zeeuwse courant 27 nov 1999

Den Haag heeft volgens hoogleraar geen benul van agrarische praktijk

Beleid is gestoeld op fictieve boer, door Rien Floris

In een stal zijn ze nog nooit geweest en koeien kennen ze alleen van plaatjes.

Achter een bureau in Den Haag bedenken zij hoe het verder moet met de boerenstand en de Nederlandse landbouw. Mensen zonder eelt op hun handen, zonder stront aan hun laarzen. Iedere boer kan dat verhaaltje vertellen en vult voor Den Haag net zo makkelijk het hoogheemraadschap, de gemeente of de provincie in.

Jan Douwe van der Ploeg geeft de boer gelijk. De overheid heeft zelf bedacht hoe een boer eruit moet zijn en stoelt haar beleid op deze 'virtuele' boer'. De echte boer staat steeds verder van dit bedenksel af

In zijn vorige week verschenen boek 'De Virtuele Boer' deelt Van Der Ploeg een rechtse directie uit aan de overheid en onderzoeksinstituten. De hoogleraar Rurale sociologie aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen zoekt al jaren naar krachten die de maatschappij en het platteland ordenen.

Krachten.
Het antwoord bestaat uit 3 o's: Onkunde, Onvermogen en Onverantwoordelijkheid. Die komen naar voren als de krachten die de landbouw ordenen. Regisseur van die wanorde is het 'expertsysteem' van het Ministerie van Landbouw. "Daar wordt op enkele verstikkende vierkante meters het landbouwdebat gevoerd. Ze weten daar niet wie de boer is en kunnen zelfs niet een tellen." Zijn naam en zijn Friese bloed zijn natuurlijk al een pré in de agrarische wereld, maar weet Van der Ploeg zelf wie de boeren zijn? In zijn bijna vijfhonderd pagina's dikke boek over de boeren meent hij deze vraag positief te kunnen beantwoorden. De wetenschapper is veelvuldig in rokerige zaaltjes van dorpscafés te vinden om te praten met en over boeren. Hij rijdt ook wel eens met een krachtvoerleverancier mee en stampte als onderzoeker heel wat stront en klei van de schoenen op boerenerven. Hij weet aardig goed waar hij het over heeft, maar hij zit zelf ook veel achter het bureau. Het 'expertsysteem' predikt volgens Van der Ploeg moderne landbouw met schaalvergroting. Maar daar moet de Nederlandse landbouw volgens hem haar heil niet zoeken. "Daar is dit land te klein voor". Hij verwacht meer van de ouderwetse "peasants" (boertjes) dan van de moderne grote "farmers" (landbouwers). Van der Ploeg ziet veel mogelijkheden van plattelandsontwikkeling en milieucoöperaties en schetst hoe de ambtenaren op het ministerie deze nieuwe ontwikkelingen - die door Van Aartsen nog met de bevlogenheid werden uitgedragen - in de kiem smoren.

Het ministerie dat de plattelandsvernieuwing predikt, frustreert diezelfde vernieuwingen. Agrarische natuurverenigingen en milieucoöperaties schieten overal wortel, maar het ministerie kan dit nieuwe plantje niet goed verzorgen. Dat komt, volgens Van der Ploeg, doordat de vernieuwing 'afwijkt van datgene waarop het technologisch regime van oudsher is afgestemd'. "Van Aartsen schreeuwde het van de daken, maar beleid wordt er niet ontwikkeld voor plattelandsvernieuwing. Nog geen drie regels," aldus Van der Ploeg.

Voor de 'expertsystemen' van onderzoeksinstituten in Wageningen, het Landbouw Economisch Instituut, het Centraal Bureau voor de Statistiek en natuurlijk 'het Haagse' zelf heeft Van der Ploeg weinig waardering. "Landbouw is ingewikkeld om te begrijpen. Dat komt door de veelvormigheid, complexiteit,en dynamiek. En ook door het gemak waarmee boeren de processen kneden en naar hun hand zetten. Daarom is de boer voor onderzoekers en de experts nauwelijks grijpbaar. Die roepen al jaren dat de kleine boer verdwijnt, maar de kleine boer blijft juist bestaan. Die is niet kapot te krijgen."

Van der Ploeg zet zijn zienswijze en die van de experts tegen elkaar af: "Het expertsysteem ziet bijvoorbeeld arbeid als een kostenpost als barriëre voor toekomstige ontwikkeling. Het afnemen van arbeid in de landbouw wordt in dat expertsysteem niet gezien als een falen van beleid," De hoogleraar voorspelt dat die kortzichtige visie zal leiden tot fricties die zich uiteindelijk zullen wreken. Volgens Van der Ploeg is arbeid menselijke kapitaal bij uitstek en hard nodig om de landbouwbeoefening te verduurzamen en te heroriënteren van massa- naar multifunctioneel karakter van de landbouw.

Herzien
Van der Ploeg komt in zijn boek met allerlei misrekeningen van de landbouwexperts aandragen. Het ministerie rekent met 'relatienummers' voor bedrijven. Maar heeft een boer meer takken op zijn bedrijf (akkerbouw en pluimvee, of koeien en varkens) dan heeft hij ook vaak meer relatienummers. Van der Ploeg rekende de cijfers na en komt daarmee niet op 110.00 agrarische bedrijven in Nederland, maar 70.000. De cijfers moeten fundamenteel worden herzien en zetten dan veel discussies in een ander licht. "Soms wordt iemand wakker als het CBS uitrekent dat, in tegenstelling wat wordt gedacht, het niet de keuterboertjes zijn die zich verbreden met plattelandsvernieuwing, agrotoerisme, zorgboerderijen en streekproducten. Juist de grotere bedrijven gaan zich hierin onderscheiden."

Beleidsmakers zien dit volgens Van der Ploeg als een fenomeen dat maar één generatie meegaat, maar dat betwijfelt hij. Want het behouden van bulkmarkten is op termijn schier onmogelijk. "Nergens ter wereld zijn grond, arbeid en groeimogelijkheden zo duur als in Nederland. Nieuwe uitwegen zijn daarom hard nodig."

De hoogleraar ziet ook toekomst in het 'hermengen' van landbouwvormen en noemt daarbij de reizende 'bollenkraam' als een goed model. Daarin verpachten melkveehouders in West-Friesland een deel van hun land voor één jaar aan een bollenboer. Ze profiteren zo even van de hoge opbrengst terwijl het gebruik van chemische middelen in deze manier van bollenteelt zeer laag is. Pootaardappeltelers in Friesland doen hetzelfde. Maar of ze dat in Den Haag allemaal weten, valt te betwijfelen

Van der Ploeg sluit niet uit dat door misrekeningen van het expertsysteem landbouw en platteland worden vermalen. Zeker nu verdergaande verstedelijking en het verwerven van landbouw voor natuur steeds meer land inpikken. Als de échte boer de virtuele boer met een linkse hoek uitschakelt kan hij dit voorkomen.


De enkele verstikkende vierkante meter in Den Haag waarop het landbouwbeleid wordt bedacht, staan in schril contrast met de boerenpraktijk.

NIEUW
Publikaties kunnen besteld worden
(indien voorradig) bij:
De Leeuwenborch
kamer 313
Hollandseweg 1
6706 KN Wageningen
tel: 0317 - 48 45 07
fax: 0317 - 48 54 75

Jan Douwe van der Ploeg
Professor of Transition Processes in Europe
Wageningen University
the Netherlands and Adjunct Professor of Rural Sociology
College of Humanities and Development Studies
China Agricultural University, Beijing, China.
e-mail: klik hier