| home | NEDERLANDS | english | espaňol | português | italiano | |
Home · VIRTUELE BOER · recensies · Milieu, tijdschrift

Milieu, tijdschrift

tijdschrift voor milieukunde,
jaargang 16, nummer 1, 2001 jaargang 16, pagina 48-49


In het debat over de toekomst van de Nederlandse landbouw is de eigenzinnige Wageningse hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg een belangrijke smaakmaker. Recent legde hij zijn visie neer in het boek De virtuele boer, dat veel aandacht trok in de pers. Ik heb het met gemengde gevoelens gelezen. Het boek telt maar liefs 482 pagina's.

Een deel daarvan blijkt redundant: zelden heb ik een schrijver zich zo vaak zien uitputten in herhalingen; het lijken wel natra's. Bovendien koketteert hij een beetje met zijn talenkennis (van Fries tot Spaans), zijn veelzijdigheid (van Sociologie, economie en agronomie tot agrarische geschiedenis en multivariate statistiek) en zijn belezenheid. Maar als hij een oud-Romeins geschiedenisschrijver 'citeert', heeft hij niet door dat de tekst Italiaans is en geen Latijn. Als hij analyseert hoe Friese boeren zich in de loop van de geschiedenis hebben gehandhaafd, ontbreekt in zijn lange literatuurlijst de klassieke studie van historicus Jan de Vries. En bij zijn pleidooi voor een proces van 'variatie en selectie' van landbouwbedrijven ontbreekt een verwijzing naar de geestelijke vader van dat begrippenpaar, Charles Darwing (maar misschien is dat ook taboe voor een socioloog). Storend is ook dat hij om de haverklap verwijst naar eigen studies en bemoeienissen van andere negeert. Wat soms ook irriteert is de swingende schrijfstijl. 'Daarom' heet bij Van der Ploeg steenvast 'precies daarom', een hypothese is al gauw 'de enig mogelijke conclusie', '60%' heet een pagina verder 'vrijwel altijd' en een grafiek die zijn betoog welbeschouwend amper ondersteunt spreekt volgens hem 'boekdelen'. Maar zien we af van deze stoorzenders. Dan resteert een knap, visionair en belangrijk boek, om niet te zeggen een mijlpaal. Het boek bevat verrassende analyses en mondt uit in een frontale aanval op het 'expertsysteem' in en rond het ministerie van Landbouw, inclusief het 'Wageningen' waarvan Van der Ploeg zelf als dissident deel uitmaakt. Volgens hem heeft dat systeem zich losgezongen van de boerenpraktijk (men weet zelfs niet meer hoeveel landbouwbedrijven Nederland heeft) en creƫert het een virtuele boer/landbouw die grootschalig produceert voor de exportmarkt. Vervolgens stelt het systeem alles - van onderzoek en landinrichting tot subsidies en belastingsregime - in het werk om de landbouw naar dat wensbeeld te kneden. De boer die daar niet in past wordt de put in gepraat. Zo maakt de profetie zichzelf waar. Volgens Van der Ploeg is dit moderniseringsproject ineffectief, schadelijk en een gemiste kans. Ineffectief omdat boeren vroeger en nu zich niet in keurslijven laten dwingen en er steeds weer in slagen om te overleven via divergerende, zelfgekozen bedrijfsstijlen, gebaseerd op eigen resources als arbeid, grond en mest. Schadelijk omdat sterke schaalvergroting gericht op de exportmarkt economisch riskant is en het landschap aantast en een gemiste kans omdat juist de diversiteit in schaal en stijl van de landbouw aanknopingspunten biedt voor een duurzame ontwikkeling. Daarom bepleit Van der Ploeg een pluriform beleid van plattelandsvernieuwing dat aansluiting zoekt bij de variatie aan boerenpraktijken, vooral ook waar die zijn verbreed met activiteiten als agrotoerisme, agrarisch natuurbeheer en streekeigen productie. Wel wil hij een halt toeroepen aan de opkomende marktgerichte 'megabedrijven', die volgens hem met de rug naar de samenleving staan en de kansen voor multifunctionele bedrijven belemmeren. En wat LNV en zijn expertsysteem betreft, hen wacht volgens Van der Ploeg het lot van de Titanic. In zijn polemische stijl bezondigt de schrijver zich nogal eens aan zwartwittekeningen, om niet te zeggen virtuele beeldvorming. Zo overschat hij de rol van LNV en onderschat hij die van het voormalige Landbouwschap, VROM, natuurorganisaties en supermarkten. Meer speciaal: de naoorlogse ruilverkavelingwals was ondenkbaar geweest zonder het landschap en zijn greep op het CDA en daarmee op alle kabinetten tot 1994. Desondanks resteren een heldere visie, een behartigenswaardige waarschuwing en enkele waardevolle bouwstenen voor het beleid. Een must voor iedereen die mee wil denken en praten over de toekomst van de Nederlandse landbouw.

W.J. van der Weijden
Centrum voor Landbouw en Milieu
Utrecht


www.jandouwevanderploeg.com
NIEUW
Publikaties kunnen besteld worden
(indien voorradig) bij:
De Leeuwenborch
kamer 313
Hollandseweg 1
6706 KN Wageningen
tel: 0317 - 48 45 07
fax: 0317 - 48 54 75

Jan Douwe van der Ploeg
Professor of Transition Processes in Europe
Wageningen University
the Netherlands and Adjunct Professor of Rural Sociology
College of Humanities and Development Studies
China Agricultural University, Beijing, China.
e-mail: klik hier